SPERMASPOREN

Vroeger had je spermasporen in je onderbroek. Of een blonde haar op je schouder. Of een lippenstiftvlek op de kraag van je overhemd. Of (het allertreurigste) een zuigvlek in je nek.

De gevaren die overspeligen bedreigen zijn er in het digitale tijdperk niet minder op geworden.

Waar ze ooit louter in een onleesbaar handschrift bestonden, worden dagboekaantekeningen, maar ook losse brieven en gedichten tegenwoordig in de computer opgeslagen. Meestal is die computer niet beveiligd dan wel toegankelijk via een zo doorzichtig password dat de romantische overwegingen en erotische ontboezemingen net zo goed meteen in de keukenlade hadden kunnen worden opgeborgen. De computer schijnt zelfs veel op te slaan dat ogenschijnlijk met de wisfunctie aan de geschiedenis ontrukt werd.

Het meeste van wat ik in mijn levensjaren zoal beleefd heb weet ik niet meer, laat staan dat ik me herinner wat ik erover genoteerd heb. Ik wil me nog wel eens overgeven aan een fantasie, dan maak ik een lijstje van de 10 vrouwen die ik het meest begeer en doe daar dan meteen voorbarig de data en locaties van de bevredigende ervaringen bij, maar dat kan ras verkeerd geïnterpreteerd worden. Ik wil (zeker na mijn dood, als ik krom ook niet meer recht kan praten) niet bekendstaan als de ontmaagder van Jodie Foster, de beste minnaar die Linda de Mol ooit heeft gehad of als de eendagsgigolo van Madonna. Hoewel...). Ik heb mijn computer beveiligd met een zo onlogisch woord van vijf letters en twee cijfers en daar nog wat tekens tussen dat ik het binnenkort zal vergeten en in een nieuwe computer maar weer nieuwe fantasieën zal moeten gaan verzamelen.

Een enorm gevaar school al in de herinneringstoets van de telefoon. Die vondst kwam het eerst tot ons in Amerikaanse misdaadseries, Columbo heeft er menige zaak door opgelost. Soms belde ik wel eens iemand die als een bedreiging zou kunnen worden beschouwd door de actuele vrouw in mijn leven, dan moest ik er wel aan denken nog even een ander nummer in te toetsen. Drukte je bij mij op recall, dan kwam je opvallend vaak terecht bij de NS-reisinformatie.

Er waren ook toestellen die de laatste 10 gebelde nummers opsloegen en daar kreeg je dan een heel karwei aan. Heb je tien keer de NS gebeld? Ja, je weet toch hoe onduidelijk ze daar zijn met hun inlichtingen?

Toen kregen we de gsm. Tot mijn pocketline executive viel alleen door te dringen met kennis van een viercijferige pincode, maar dat was wel de pincode die ik overal voor gebruik (creditcards, alarminstallaties), want ik kan er geen twee onthouden.

De gsm mag dan een uitkomst zijn voor het tersluiks uitwisselen van intimiteiten, safe is het niet. Sowieso heeft mijn mobieltje een geheugen dat het mijne ver overtreft, ook is er voicemail. Slechts vier nummers zijn nodig om nieuwe en opgeslagen berichten te beluisteren. Hoewel er dagen, ja soms zelfs jaren voorbijgaan dat ik geen geheimen heb en daarna hoogstens een fase aan van onterechte grond voor wantrouwen aanbreekt, leg ik mijn gsm op een veilige plaats. Dat is altijd een onlogische plaats, zodat ik mijn gsm moet bellen om mijn gsm te kunnen vinden.

Wegens verblijf in het buitenland programmeerde ik ook de mogelijkheid om mijn voicemail af te luisteren met een normale telefoon. Dat was een procedure die veel nummers omvatte, dus dat moest ik allemaal noteren achter in mijn adresboekje. En dat is niet veilig. Trouwens, dat hele adresboekje is een tijdbom. Het is beter geen geheimen te hebben. Saai te leven, dat is het streven. Zo wordt het steeds makkelijker te gehoorzamen aan alle tien de geboden.